Personeelskorting. Zo’n sympathieke arbeidsvoorwaarde waar waarschijnlijk weinig werkgevers ’s nachts van wakker liggen. Toch kan daar vanaf 2027 verandering in komen. Het kabinet wil namelijk de vrijstelling voor personeelskortingen op branche-eigen producten afschaffen. Best kans dat menig directeur al peentjes zwetend wakker wordt wanneer het besef van de consequenties is ingedaald. Voor organisaties die personeelskortingen aanbieden, zou er nu best een alarmbelletje af mogen gaan. Of 8. En snoozen is bij dit onderwerp een dure actie.
Een Bermudadriehoek dreigt
Even terug naar de inhoud. Normaal gesproken geldt dat alles wat een medewerker vanwege zijn dienstverband ontvangt door de Belastingdienst als loon wordt beschouwd. Voor personeelskortingen op branche-eigen producten bestaat momenteel echter (onder voorwaarden, kort gezegd: gelimiteerd op maximaal 20% met een maximum van €500 per jaar) een uitzondering. Werkgevers mogen het voordeel dat de medewerkers hiermee ontvangen onderbrengen in de WKR*, waarbij deze niet ten koste gaat van de vrije ruimte maar onder een gerichte vrijstelling valt.
Het kabinet heeft echter aangekondigd deze vrijstelling te willen afschaffen. Dan komt die vertrouwde personeelskorting vanaf 2027 ineens terecht in een Bermudadriehoek van loonheffing, WKR en strategische keuzes. Niet direct de driehoek waarvan je kan verwachten dat je medewerkers, of jijzelf, enthousiast worden. Laat me het uitleggen.
Een financiële keuze met impact
Op het eerste gezicht lijkt dit een relatief beperkte fiscale wijziging. In werkelijkheid kan de impact voor werkgevers die personeelskorting aanbieden behoorlijk groot zijn. Waar de korting nu binnen de WKR gericht is vrijgesteld en dus geen vrije ruimte kost, komt de korting bij het verdwijnen van die vrijstelling automatisch ten laste van de vrije ruimte. En daarvoor zou die alarmbel moeten gaan. Want doe je niets, en blijkt de personeelskorting de vrije ruimte te overschrijden, ben je over dat attente medewerkersvoordeel opeens 80% eindheffing kwijt. Bied jij bijvoorbeeld je medewerkers over 2026 personeelskorting met een totale waarde van €5.000, en past dit niet in de vrije ruimte, dan kost je dit dus ook nog eens €4.000 extra aan naheffing. Als werkgever kom je daarmee voor een belangrijke keuze te staan:
De personeelskorting wordt belast loon
De personeelskorting kan blijven bestaan, maar wordt aangemerkt als belast loon. De medewerker betaalt hierover loonbelasting en premies en houdt daardoor netto minder voordeel over.
Je brengt de personeelskorting onder in de vrije ruimte van de WKR
Wil je de korting voor medewerkers netto even aantrekkelijk houden als nu? Dan kun je ervoor kiezen de personeelskorting aan te wijzen als eindheffingsloon binnen de WKR. De korting komt dan wel ten laste van de beschikbare vrije ruimte. En dáár zit de volgende uitdaging.
Deze oplossing klinkt namelijk bedrieglijk eenvoudig, maar is het allesbehalve. De vrije ruimte klinkt dan wel liefelijk en ‘vrij’, maar laat je niet op het verkeerde been zetten. Werkgevers die er al kerstpakketten, personeelsfeesten, fietsregelingen en andere extra’s in kwijt moeten, weten dat die vrijheid relatief is. Als personeelskortingen voortaan óók beslag leggen op diezelfde vrije ruimte waar ook al andere voorzieningen in ondergebracht zijn, kan de ruimte toch onvoldoende blijken.
Je ziet het, deze wijziging gaat al snel verder dan alleen fiscaliteit. Er moeten opeens strategische, arbeidsvoorwaardelijke en mogelijk zelfs juridische afwegingen worden gemaakt. Zo verandert een personeelskorting onverwacht in een discussie over het kerstpakket, het personeelsfeest of de fietsregeling. Dat zal niet het gesprek zijn dat je voor ogen had toen je ooit besloot medewerkers wat extra voordeel te geven.
Kerstpakket eruit, personeelskorting erin?
Nou, zo simpel is het helaas niet. Het schrappen of versoberen van bestaande voorzieningen kan namelijk niet altijd zomaar. Afhankelijk van de situatie kunnen voorzieningen arbeidsvoorwaardelijke betekenis hebben gekregen. In andere gevallen kan sprake zijn van een verworven recht. Wijziging of versobering is daardoor niet altijd zomaar mogelijk.
Onderaan de streep: een stuk meer dan een fiscale wijziging
Daarom is dit mogelijk één van de meest onderschatte arbeidsvoorwaardelijke gevolgen van Prinsjesdag. Achter die sympathieke personeelskorting kan een verrassend ingewikkelde rekensom schuilgaan. Het is daarom verstandig om nu al inzichtelijk te maken hoeveel personeelskorting jaarlijks wordt verstrekt, welk beslag dit straks op de vrije ruimte legt en of dat vraagt om keuzes binnen het totale arbeidsvoorwaardenpakket.
Voorkomen dat je personeelskorting straks vrolijk je vrije WKR-ruimte opsnoept en een onverwachte rekening achterlaat? Wij brengen graag in kaart wat deze wijziging betekent voor jouw organisatie, je WKR-ruimte en eventuele arbeidsvoorwaardelijke keuzes.
Dan kun jij weer rustig slapen. Wij zetten vanuit dpo2 de wekker wel.

Neem voor meer informatie contact op met Marion Evers via
marion@dpo2.nl of bel 088-2014201.
*Over WKR
De werkkostenregeling, kortweg WKR, bepaalt welke vergoedingen en voorzieningen je als werkgever onbelast aan medewerkers kunt geven. Binnen de WKR heb je een zogeheten vrije ruimte: een percentage van de totale fiscale loonsom dat je naar eigen inzicht kunt gebruiken voor onbelaste extra’s, zoals een kerstpakket, personeelsfeest of andere attentie. Komt de waarde van deze extra’s boven dat toegestane percentage van de fiscale loonsom (de vrije ruimte dus) uit, dan betaal je als werkgever over alles boven die drempel 80% eindheffing.